viering
van 18 december 2011
Heftige woorden zijn het die het koor net zong:
“Rijke, geeuwend van leegte, plotseling blijf je nergens.
Geen zilverling meer over.
Geen gouddraad aan je lijf.
Maar arme, jij zal leven.
Recht vinden. Eindelijk rust.
Voor jou brood wijn land rozen
liefde, opgaande zon.”
Heftige woorden, rechtstreeks ontleend aan de lofzang van Maria uit het
eerste hoofdstuk van Lukas, die Ria zojuist voor ons gelezen heeft. Op
het eerste gehoor revolutionaire taal. De Occupy beweging is er met
haar wereldwijde protesten maar bescheiden bij.
Misschien heeft de keuze van deze lezing vanmorgen u verrast. Het
zou toch gaan over Jezus als leermeester? Jezus is hier in dit verhaal
hooguit als foetus, als ongeboren kind van enkele dagen of hooguit
weken aanwezig. Hoezo leermeester?
Maar het is vandaag ook de vierde zondag van Advent. In vele kerken
overal ter wereld wordt op deze zondag al eeuwen lang het verhaal van
de aankondiging van de geboorte van Jezus aan Maria gelezen. Ik vind
het een mooie gedachte dat we zo verbonden zijn met miljoenen
christenen overal ter wereld, die net als wij uitzien naar het
Kerstfeest. Wij hebben alleen een paar verzen méér gelezen: het
gedeelte over de ontroerende ontmoeting tussen Elisabeth en Maria,
beiden zwanger, over het kind dat in Elisabeth’s buik opspringt en
Elisabeth doet uitbarsten in een lofzang op Maria en over Maria die God
haar bevrijder noemt en de heftige woorden gebruikt over van hun troon
gestoten machtigen en met lege handen weggezonden rijken, en over
verhoogde vernederden en van alle goeds vervulde hongerlijders.
Door dit extra gedeelte komen we al heel dicht bij Jezus’ leer en
leven. Een paar hoofdstukken verder vertelt Lucas van Jezus’ optreden
in de synagoge van Nazareth. Jezus – inmiddels ongeveer dertig jaar oud
- leest daar een gedeelte uit de boekrol van de profeet Jesaja. En ook
daar gaat het over armen aan wie het goede nieuws gebracht wordt, over
gevangenen aan wie hun vrijlating bekend gemaakt wordt, blinden die
weer kunnen zien, onderdrukten die vrij worden…. Woorden van de profeet
die Jezus betrekt op zijn eigen missie. Hij is immers degene van wie de
engel Gabriel gezegd heeft dat Maria hem de naam Jezus moet geven: en
dat betekent: Jahwe is redding, Jahwe brengt heil, God bevrijdt.
Ik zei het al aan het begin van de viering: van Jezus hebben we geen
foto’s, laat staan televisie-interviews; zelfs de teksten uit de bijbel
zijn niet rechtstreeks van zijn hand, maar door anderen – vaak decennia
later – opgeschreven. Maar wat uit al die teksten, uit al die verhalen
uit de eerste eeuw na Christus naar voren komt is het beeld van een
man, een mens die leefde naar wat hij leerde; practice what you preach,
noemen we dat tegenwoordig. Niet alleen mooie en inspirerende woorden,
maar ook concrete daden, leer en leven als een authentiek geheel. Zo
komt hij uit die teksten naar voren als een mens die opkwam voor mensen
aan de rand van de samenleving, die mensen letterlijk weer op de been
zette en die etnische, religieuze of culturele barrières wist te
slechten, die mensen nieuwe kansen en perspectief wist te bieden. De
evangeliën staan er vol van en in de voorbereidingsgroep werden we het
snel eens over deze kenmerken van Jezus. Hij schept ruimte, schenkt
vergeving, doet recht. Deze Jezus, een mens die de naam ‘God redt’,
‘God brengt heil’ met recht draagt.
En dat brengt mij weer terug naar dat moment, eeuwen geleden, waarop
Maria de aankondig-engel, zoals de Naardense Bijbelvertaling hem noemt,
op bezoek krijgt. Lukas is, zoals elders in zijn evangelie, precies
over tijd en plaats. De tijd telt hij in de maanden van
zwangerschappen, zoals wij nu tellen in de weken van Advent; hetzelfde
verlangen en wachten, de dagen en weken tellen, uitzien naar het
beslissende moment van de geboorte; zoals wachters uitzien naar de
morgen en zoals onderdrukten uitzien naar bevrijding.
Lukas beschrijft hoe in de zesde maand, dat wil zeggen in de zesde
maand van de zwangerschap van Elisabeth, die vrouw die nota bene in
haar ouderdom nog zwanger wordt, Gabriel naar Nazareth komt, een kleine
stad in Galilea. In joodse oren van die tijd moet dat geklonken hebben
zoals wij over Oost-Groningen spreken, ver weg van de centra van de
macht, diep in de periferie, achtergebleven gebied met veel problemen.
Kan uit Nazareth iets goeds komen? Dat is precies de paradox die zo
intrigerend is en die Jezus zo bijzonder maakt. Jezus, die heiligen
Zoon van God genoemd wordt, die vrucht is van de geestesadem van de
Heilige, zoals de Naardense bijbel zo mooi vertaalt, die Zoon van de
Allerhoogste wordt genoemd, God onder ons, die Jezus begint een aards
bestaan als kindje van een jong meisje uit Nazareth. Hij aan wiens
koninkrijk geen grens noch einde zal zijn, zoals Gabriel belooft, hij
begint op aarde als vrucht in de schoot van Maria, Maria die ongehuwd
zwanger is en daarmee een groot risico loopt in de toenmalige
samenleving. Zoals nog altijd op tal van plaatsen in de wereld
ongehuwde moeders gestenigd, gestraft of minstens verketterd en
buitengesloten worden. Jezus is daarmee, zoals zoveel kinderen, in het
verleden en nog altijd, een kwetsbaar kind. De commissie Deetman heeft
ons daar deze week weer nadrukkelijk bij bepaald. …
Het is een paradox en het blijft voor veel mensen lastig zich voor te
stellen dat God, de Allerhoogste, juist als kwetsbaar mensenkind ons
mensen nabij wil zijn, en juist zo de beloftevolle bevrijder kan zijn.
Jezus: kwetsbaar kind – beloftevolle bevrijder.
Er is nog een tweede paradox. Want die bevrijding, dat koninkrijk
van gerechtigheid en vrede, dat is er al, het ‘is in Jezus
nabijgekomen’, het is over ons gekomen, maar anderzijds staat het nog
uit. We leven als het ware voortdurend in Advent, in verwachting. We
zijn nog altijd ver verwijderd van dat rijk en ik weet niet hoe het u
vergaat: maar ik zie hartstochtelijk uit naar een wereld van vrede en
recht, naar een tijd wanneer God alles zal zijn in allen. Als gelovigen
leven we zo in een permanente spanning tussen een ‘reeds nu’ en een
‘nog niet’.
Maar juist daar ligt ook de ruimte om leerlingen van Jezus te worden. Om onszelf – net als hij - in te zetten voor recht en vrede, heel concreet voor mensen, jong of oud, mensen in kwetsbare situaties, voor mensen om ons heen hier in de stad, of elders in Nederland en nog verder weg. Van Jezus kunnen we leren dat die inzet, hoe kwetsbaar ook, niet tevergeefs zal zijn. Amen.
Laten we gaan, de nieuwe week weer in, het Kerstfeest tegemoet.
Laten we gaan vol verwachting, als gezegende mensen:
De zegen van de God van Sara en Abraham,
de zegen van de Zoon, uit Maria geboren,
de zegen van de Heilige Geest,
die over ons waakt als een moeder over haar kinderen
zij met ons allen. Amen